Naoorlogse stad

Sinds 2003 ben ik betrokken bij discussies over en onderzoek naar de Westelijke Tuinsteden in Amsterdam. In opdracht van de Van Eesteren-Fluck van Lohuizen Stichting was ik projectcoördinator van ‘De Tweede Impuls’, een serie gesprekken over de vernieuwing van de Westelijke Tuinsteden. Daarvan is verslag gedaan in een apart katern bij het tijdschrift Stedebouw & Ruimtelijke Ordening (2004).

De EFL-Stichting initieerde eveneens het onderzoek en de publicatie ‘Atlas Westelijke Tuinsteden. De geplande en de geleefde stad’ (2008). Ik trad op als projectleider. Deze Atlas toont de veranderingen in de relatie tussen de stedenbouwkundige opzet van de Westelijke Tuinsteden in Amsterdam en de betekenis van de straten, pleinen, parken en hoven in het dagelijks leven van de bewoners en bezoekers. Getoond wordt de dynamiek van de naoorlogse stad. De Atlas presenteert een innovatieve methodiek om het gebruik van de stad te analyseren en in kaarten en foto’s te presenteren.

Anderen over de ‘Atlas van de Westelijke Tuinsteden’:

‘Dit is een voor Nederland uniek voorbeeld van stadssociologische observatie van sociaal-ruimtelijke gebruiken (en verlangens) van stadsgebruikers die hier naast, door en ook langs elkaar heen leven…’ (Ed Taverne, in: ‘Op zoek naar een ‘andere’ stadscultuur’)

‘De uitkomsten van studies als die van Nio, Reijndorp en Veldhuis vormen onmisbaar materiaal voor ontwerpers en beleidsmakers. Ze leggen de betekenis en het gebruik van een wijk bloot en laten zien dat de wijk anders werkt en in elkaar zit dan de gemiddelde bezoeker op het eerste gezicht denkt’ (Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol, in ‘Engagement gevraagd; de rol van de ontwerper’)

Untitled-2